Sorry, you need to enable JavaScript to visit this website.
Your Pet, Our Passion.
Engelse setter

Engelse setter

Deze grote, elegante hond heeft een symmetrische en grote bouw. Hij is de belichaming van kracht, sierlijkheid en uithoudingsvermogen. De vacht van de Engelse setter is zijdeachtig en golvend. De term 'belton' (gevlekt) wordt gebruikt om de kleur van de vacht te beschrijven. De basiskleur is altijd wit, en de tweede kleur is zwart (blue belton), geel (lemon belton), oranje (orange belton), leverkleurig (liver belton) of driekleurig. Volwassen mannetjes hebben een schofthoogte van 65-69 cm en wegen ongeveer 28,5 kg. Volwassen vrouwtjes zijn 61-65 cm en 27 kg.

The need-to-know
  • Hond die geschikt is voor baasjes zonder ervaring
  • Enige training nodig
  • Gaat graag uitgebreid wandelen
  • Gaat graag meer dan twee uur per dag wandelen
  • Grote hond
  • Een beetje kwijl
  • Moet om de dag verzorgd worden
  • Geen hypoallergeen ras nodig
  • Rustige hond
  • Geen waakhond
  • Gaat goed samen met andere dieren.
  • Een echte gezinshond
Twee witte Engelse setters die eigenaar bekijken.

Persoonlijkheid

Engelse setters zijn vriendelijke, opgewekte honden die zich hechten aan hun gezin. Het zijn levendige en sociale dieren die de komst van bezoekers aankondigen, maar vervolgens met ze omgaan alsof ze al hun hele leven vrienden zijn! Ze kunnen goed met kinderen overweg en zijn zeer tolerant, hoewel hier geen misbruik van gemaakt moet worden. Verder gaan ze van nature goed om met andere honden en huisdieren.

Engelse setter die op de grond ligt.

Oorsprong

Land van herkomst: Engeland

De afkomst van de Engelse setter gaat terug tot de 16e eeuw, toen dit ras werd gebruikt als vogelhond. Er zijn verschillende versies van de geschiedenis dit ras. Een versie is dat dit ras afkomstig is van verschillende Spaanse landspaniëls. Volgens een andere theorie is het een kruising van de vroegere walterspaniël, de oude Spaanse pointer en de eerste springersoorten. De oudste bekende tekst die over dit ras schrijft is een vertaling vanuit het Latijn uit 1576 door Johannes Caius, maar het is niet geheel zeker of deze tekst de voorouders van de huidige setter beschrijft. In 1859 deden Engelse setters voor het eerst mee aan een hondenshow, in Newcastle-upon-Tyne in het Noordoosten van Engeland.