Sorry, you need to enable JavaScript to visit this website.
Your Pet, Our Passion.
Engelse cockerspaniël

Engelse cockerspaniël

De Engelse cockerspaniël is een middelgrote, harmonieuze hond. Zijn vacht is zacht en zijdeachtig en heeft extra lange haren op de voorpoten. Hij kan verschillende kleuren en kleurencombinaties hebben, waaronder effen zwart, rood, oranje en bruin, combinaties van zwart met wit, lever met wit, rood met wit, blauwschimmel, oranjeschimmel, zwartschimmel, tweekleurig en driekleurig. Een volwassen mannetje is 39-41 cm hoog en vrouwtjes zijn 38-39 cm. Ze wegen ongeveer 13-14,5 kg.

The need-to-know
  • Hond die geschikt is voor baasjes zonder ervaring
  • Enige training nodig
  • Gaat graag uitgebreid wandelen
  • Gaat graag meer dan twee uur per dag wandelen
  • Middlematige hond
  • Een beetje kwijl
  • Moet om de dag verzorgd worden
  • Geen hypoallergeen ras nodig
  • Kletsende en vocale hond
  • Geen waakhond
  • Moet misschien getraind worden om met andere dieren samen te wonen.
  • Een echte gezinshond
Cocker Spaniel zittend in het bos

Persoonlijkheid

Deze drukke, vriendelijke honden zijn gek op menselijk gezelschap en willen niets liever dan hun baasjes tevreden stellen. Het zijn ideale honden als je kinderen hebt en ze kunnen ook goed overweg met andere huisdieren. De cockerspaniël is een vrolijke hond, die continu kwispelt en je graag 'cadeautjes' komt brengen. Hij leert snel en is gemakkelijk te trainen.

Zwart-wit Cocker Spaniel uitgevoerd

Oorsprong

Land van herkomst: Engeland

De Engelse cockerspaniël is een van de oudste spaniëlsoorten. Ze ontstonden in het Spanje van de veertiende eeuw. Tot aan de zeventiende eeuw werden alle spaniëls gezien als één ras. De grotere werden gebruikt om op 'wild op te jagen' (in het Engels: to spring game) en de kleinere variant joeg 'houtsnippen' (in het Engels: woodcocks) uit hun schuilplaatsen. Daaruit ontstonden de toevoegingen springer en cocker. In 1892 begon de Britse Kennel Club onderscheid te maken tussen de twee soorten. Aan de andere kant van de Atlantische oceaan gebruikten de Amerikanen dezelfde hond om een net iets andere cocker te ontwikkelen, die nu bekend staat als de Amerikaanse cockerspaniël.