Vaccinaties

De meeste katten worden ingeënt tegen de belangrijkste besmettelijke ziekten, dus komen ze relatief weinig voor. Stoornissen van het immuunsysteem brengen echter niet alleen uw eigen kat in gevaar, maar ook de katten in de omgeving en alle wilde katten in het algemeen.

Alle katten kunnen besmet worden door en moeten worden ingeënt tegen de volgende drie ziekten:

  • Feline panleukopenie (kattenziekte), vaak fatale gastro-enteritis, dat verlies van eetlust, koorts, braken en diarree veroorzaakt.
  • Feline calicivirus (niesziekte), een ernstig virus dat leidt tot zweren.
  • Coryza, met symptomen die lijken op die van een verkoudheid.

Al deze vaccins worden algemeen aangeduid als "vaccin tegen tyfus en coryza."

Vaccinatie wordt ook aanbevolen voor feline leukemie (FeLV), die het immuunsysteem aantast en die vaak dodelijk is. Sommige delen van het land worden meer getroffen door leukose dan andere, maar de meeste dierenartsen raden aan uw kat te vaccineren, waar u ook woont.

De eerste vaccinatie wordt gedaan op de leeftijd van negen weken en wordt gevolgd door een tweede injectie drie tot vier weken later. Daarna is een jaarlijkse herhaling nodig om een constante immuniteit te handhaven.